De Faberkrant

Paul, Monie, Toos, Oom Johan Een Indianenverhaal

Zoals al eerder aangekondigd, verschijnt op deze plek af en toe een verhaal over een voorwerp uit het virtuele Faber-museum. Een of ander object dat een rol heeft gespeeld in de familiegeschiedenis, en dat we via de Faberkrant tot gemeenschappelijk bezit kunnen verklaren. Het eerste voorwerp dat aan bod komt is de Indiaan: een vilten pop, waarvan ik me zelf alleen kan herinneren dat mijn zusters er iets mee hadden. Hieronder volgt de hernnering van mijn zusters, en daarna legt oom Johan uit waar dei Indiaan nou eigenlijk vandaan kwam. een verrassend verhaal! Monie: "Zelf heb ik geen idee hoe de Indiaan op het Mariahof verzeild raakte, maar volgens Toos zat dat zo: Lang geleden toen oom Johan nog ome Hannes heette, zat hij zijn diensttijd uit in Indonesie. Toen hij weer thuiskwam waren Monie en ik nog klein. Voor ons nam hij toen een zilveren broche mee. Monie kreeg de broche met het groene steentje en ik de broche met het rode steentje. Toen is ook de Indiaan op het Mariahof komen wonen. Misschien is het zo gegaan, wel weet ik dat de Indiaan in de kamer stond, bij het raam evenals het door mij bewonderde asbakje waar op de hoekjes drie stenen hondjes zaten. Een witte, een zwarte en een oranje? Weet iemand daar iets over? De Indiaan vonden wij prachtig en hij oefende een grote aantrekkingskracht op ons uit. Dat kwam niet door zijn ietwat stramme ledematen, of zijn lieve gezicht, want dat had hij niet. Bovendien was zijn neus iets beschadigd. Nee dat kwam vooral door dat schitterende, lange,zwarte haar, wat je kon kammen en vlechten. Echt haar. De poppen in die tijd waren van een soort papiermachee gemaakt waar het haar op geverfd was. Dat echte haar was dus geweldig. Ik heb later begrepen dat we er eigenlijk niet mee mochten spelen, maar dat deden we wel. Hij had kleren aan van vilt, waarvan het jasje volgens mij echt uit kon. Dat ging best moeilijk want zijn armen werkten niet goed mee. En natuurlijk een hoofdtooi waarvan de veertjes ook van vilt waren gemaakt. Misschien vonden wij dat een beetje teveel van het goede, want later hebben wij gehoord dat we daar iets aan gedaan hebben. Heeft onze moeder dat misschien weer hersteld? Ik zou het niet weten. Toos en ik zullen de Indiaan nooit vergeten. Hij hoort bij de herinnering aan opoe en het Mariahof." Maar hoe zat dat nou met die Indiaan?

Oom Johan:
"De Indiaan hebben mijn zus Jannie en ik gekregen van (de overbekende) Klaas van Ome Lo. Hij had hem gekregen van een bevriende relatie, die hem uit Amerika had meegenomen. En waarom kregen wij die Indiaan?? Wel in augustus 1939 overleed onze vader en toen waren Jannie en ik, de beide kleintjes dus- respectievelijk nog maar 13 en 11 jaar.
En neef Klaas, die in die periode toch al een flinke sociale inbreng had in onze huishouding, moet gedacht hebben dat wij iets nodig hadden wat ons enige troost zou bieden. En die troost was derhalve de Indiaan ! En de indiaan is verder met mij meegegaan, in het huwelijk, in Friesland en zelfs in Drenthe, waar hij op zes-hoog een prominente plaats heeft. Het was ons bekend dat de beide nichtjes uit het verre Veendam en Haarlem graag met de Indiaan speelden, maar dat ging soms wel ten koste van het tenu van KlukKluk en wel zodanig dat mijn echtgenote bijkant een compleet tenu voor hem heeft moeten maken. Op één van de Faber-dagen hebben we hem nog even aan de goegemeente getoond. Hij ziet er nog steeds welvarend uit, alhoewel de lichte beschadiging op zijn neus er vanaf het begin heeft gezeten en derhalve niet is hersteld. Uit mijn ervaring als ziekenverpleger weet ik dat dat altijd wat moeilijk is bij Indianen."

Zo ziet u lezer, wat een voorwerp allemaal voor geschiedenissen kan meedragen.
Op de tweede foto ziet u Toos tijdens een pinksterkamp, met haar dochters Roos en Annemarie en nichtje Eva. Zo te zien al weer geruime tijd geleden, want deze drie meiden hebben zelf allemaal weer kinderen!

Heeft u zelf ideeen voor bijdragen aan het virtuele Faber-museum, laat het weten aan de redactie!