De Faberkrant

Klaas Faber Mijn pleegzusje Derkje Ruysch

Het is zo'n naam die af en toe rondzingt op familiedagen, Derkje Ruysch. De oudste generatie kunnen haar wel plaatsen, maar de rangordes daarna doen slechts machteloze pogingen. Een soort familie? Maar van wie dan? Toen ik enkele zeer oude foto's van mijn vader onder ogen kreeg kon ik Derkje Ruysch eindelijk in de ogen zien. Een reden om even stil bij haar te staan, en mijn vader te vragen om op te schrijven wat hij nog van haar wist. Hier volgen zijn herinneringen. We gaan terug naar 1916 lezers, volgt ons! Deze eerste foto toont de kleine Klaas met zijn pleegzusje Derkje, die door het Fabergezin kennelijk was opgenomen als pleegkind. Vermoedelijk 1916. Een haast vervreemdend portret. De fotostudio met landschapsschildering. De kleine Klaas met olijk hoedje en vrolijk pakje. En een wat angstig kijkende Derkje.

Je vroeg wat ik nog van haar wist. Nou niet veel. Ik kan me helemaal niets herinneren van de tijd, waarin ik een kind van plm. twee jaar was. Wel heb ik nog wat informatie over haar, dat in De Mensenvriend niet is verteld. Ze heette dus in werkelijkheid niet Dirkje Ruis, maar Derkje Ruysch. Ik weet dat omdat ik vele jaren geleden informatie over het gezin Faber heb opgevraagd bij het Amsterdamse gemeentearchief. Niemand van jullie weet dat toen het gezin Faber min of meer naar Amsterdam vluchtte, het gezin behalve vader en moeke, Klaas en Jan en de zieke Frederika I, ook bestond uit het pleegdochtertje Derkje Ruysch. Die heeft dus ook al die omzwervingen meegemaakt van logementen naar een huis voor daklozen. Het is een wonder dat Derkje nog altijd goede herinneringen bewaarde aan vader en moeke en zelfs geprobeerd heeft, met succes, de latere verblijfplaats Leeuwarden te achterhalen. Na de omzwervingen in Amsterdam kregen we een vast adres Eerste Lindendwarsstraat 20 huis, je zou het nog een keer kunnen opzoeken, als het er nog staat. Vandaar is Derkje op 30 september 1917 vertrokken naar Duiven, een dorp niet ver van Arnhem gelegen. Wie haar daar gebracht heeft, vader of een familielid van Derkje of iemand van Kinderzorg, weet ik niet.Ze was dus erg gesteld op vader en moeke, die dus goed voor haar waren geweest en met moeke ontstond een bescheiden schriftelijk contact.
Toen ik volwassen was, getrouwd en in Veendam woonde, een belangrijke plaats in ons leven, want daar werd jij geboren, kreeg ik haar adres van mijn moeder. Ze was ongetrouwd gebleven en huishoudster geworden bij een oudere man in Drunen. Vanuit Veendam heb ik drie keer de Vierdaagse in Nijmegen meegelopen. Een van die tochten ging langs Drunen. Dat leek mij een gelegenheid om eens met mijn stiefzuster kennis te maken. Ik heb haar dat waarschijnlijk geschreven, telefoon zal ze wel niet gehad hebben. We hadden een plaats langs de route afgesproken. Ik meen zelfs dat mama er ook bij was, die heeft tot haar verdriet, een keer de vierdaagse als mijn verzorgster op de fiets begeleidt en dat was veel erger dan lopen. Dat zal vermoedelijk 1947 zijn geweest (uit dat jaar stamt de derde foto). Toen heb ik voor het eerst na mijn prille jaren met Derkje Ruysch kennis gemaakt. Zij was toen een jaar of 45. Het contact duurde maar kort, maar we vonden het beide prettig elkaar weer te hebben gezien. We hadden gelegenheid weer wat informatie over de familie uit te wisselen. Er is jammer genoeg daarna geen contact meer geweest, misschien met opoe Faber, dat weet ik niet.