De Faberkrant

24 november 2013 Drama in straat Madoera (door Johan Faber)

Het is al weer vijf-en-zestig jaar geleden, de tijd gaat inderdaad erg snel!

Ik zat nog in Soerabaia mijn militaire dienstplicht te vervullen als ziekenverpleger bij de  Amphibische Technische Eenheid van de "Mariniers Brigade" maar was  tijdelijk als zodanig uitgeschakeld door een aanval van tropische malaria en angina, waarvoor ik was opgenomen in het Marine Hospitaal van Soerabaia. Mijn kans om mee te gaan op oefening, welke dezer dagen zou worden gehouden,  was dus verkeken. Maar dat vond mijn maatje Hendricus van Lohuizen niet zo erg; hij was al een keer eerder mee geweest op oefening en hij meldde zich graag aan als dienstdoend ziekenverpleger en ging dus ook mee op deze oefening, welke plaats zou vinden in de Straat Madura, ten zuid-oosten van Soerabaia (Surabaya). De basis van deze oefening was een tweetal landingsvaartuigen van de Marine die de bedoeling hadden om deze landing uit te voeren.  Ten behoeve daarvan nam een zgn. gradiënt-ploeg in een sloep plaats die als opdracht had een geschikte plaats te zoeken en in gereed te brengen voor de landing van de grote L.S.T.s van de Marine, Tot deze ploeg behoorde een sergeant (als ploeg-commandant), een telegrafist, die voor het nodige contact met de basis moest zorgen, een ziekenverpleger, voor de noodzakelijke verzorging indien nodig en een drietal mariniers voor bescherming, plaatsbepaling en verdere uitvoering. In dit geval waren dat o.m. sergeant J.F.Warner, de commandant van deze missie en de mariniers Hendrikus van Lohuizen, als ziekenverpleger en Abraham Vrolijk, als één van de uitvoerders van het karwei, alle drie van ons onderdeel, de A.T.E. De oefening ver- liep minder goed dan de bedoeling was. Want in de branding vlak onder de kust is de sloep vol gelopen en  gezonken, waarbij  alle zes inzittenden, zo ook de drie jongens van ons onderdeel, zijn verdronken. Groot was de verslagenheid bij ons onderdeel en niet in het minst bij mijzelf, beseffende dat dit lot mij had kunnen treffen. Ik had het erg moeilijk met de verwerking van deze gedachte. Natuurlijk wilde ik nu naar mijn afdeling! Van de dokter kreeg ik toestemming om het Marine Hospitaal te verlaten. En ik was blij dat Korporaal Groszfeld, de "chef" van onze ziekenboeg, mij kwam halen, om samen afscheid  te nemen van onze verdronken makkers, in het bijzonder van Hendrikus van Lohuizen. Ik weet niet of ik het in m'n eentje had aangedurfd. Het beeld van dit afscheid raak je nooit meer kwijt en evenmin de elk jaar weer opspelende gedachte dat het zo gemakkelijk anders had kunnen lopen. In november hoop ik weer jarig te zijn en wordt dan 86 ! Dat zou Hendrikus ook in november zijn geworden!