De Faberkrant

8 oktober 2013 Rode kool met hachee (door Klaas Faber)

Het was zes uur geweest. Ik houd mij een beetje aan de regelmaat van vroeger, hoewel ik helemaal geen trek had aan warm eten. Ik begaf mij naar de keuken om te zien wat er nog over was, na een gebroken week van oud en nieuw met oliebollen. Het was vandaag woensdag 2 januari 2013.  Er was weinig keuze meer, maar er stond wel een doosje met een maaltijd uit de supermarkt dat ik nog niet opgemerkt had. Dat moest Toos meegenomen hebben vorige week donderdag. Het was morgen weer donderdag, dat kon eigenlijk niet langer wachten. Soms nemen mijn dochters iets mee wat ik niet besteld heb. De bedoeling is goed. Ze willen wat variatie in mijn maaltijden brengen. Ik ben niet zo zot op die supermarkt maaltijden. Van alles wat ik wel eens geprobeerd heb zijn overgebleven' Boerenkool met worst en aardappelpuree met vlees en stoofperen.' De stoofpeertjes gingen steeds helemaal op, van de boerenkool liet ik mijn kauwtjes mee profiteren, niet van de worst natuurlijk. Ik laat het restant in het plastic bakje en ze vreten het keurig schoon. Ik moet me in het vervolg maar even bukken om het lege bakje te verwijderen, want mijn dochters vinden dat maar rommelig in de tuin.. Morgen komt Serap, daar ben ik wel blij om, dat zult u uit de rest van dit verhaal begrijpen. Ik zal haar dan eerst vertellen hoe het gebeurd is, want Serap kan niet lezen, maar is dol op een mooi verhaal.

Het nieuwe gerecht dat ik in de koelkast vond bevatte volgens het papieren bandje dat het plastic bakje omsloot: aardappelpuree met hachee en rode kool. Het was een product van ene André, waar ik direct al weinig vertrouwen in had. Ik houd helemaal niet van rode kool en Annie die het vast smakelijker had bereid dan André, wist dat. In ons 66-jarig huwelijk prijkte er slechts zelden rode kool op tafel en de enkele keer dat Annie zich zelf eens trakteerde op dit product, had ze, heel sympathiek, daarnaast ook een schaaltje met andere

groenten geplaatst. De andere maaltijden die ik wel eens gebruik komen van Unox, van het wereldconcern Unilever. Zo'n bedrijf gooit zijn naam niet te grabbel. Daar kun je onvoorwaardelijk op vertrouwen. Maar de naam André zal ik niet snel vergeten. Maar zover was ik nog niet.

Ik pakte een aardappelschilmesje en prikte een aantal gaten, waarschijnlijk veel te veel in het dunne cellofaan aan de bovenkant. Hoe je het moest klaarmaken stond er niet op. Misschien aan de onderkant, maar ik kon het pak met zoveel messteken niet meer omdraaien, dan kwam het vochtige deel door de gaten. Ik moest dus gissen. Op de temperatuur en de tijdmeter van mijn magnetron staan geen cijfers, maar ik weet hoe de wijzertjes moeten staan als ik voor mezelf een beker poederkoffie maak. Ik zette beide wijzertjes een stukje verder, dus iets langer en heter. Dat moest lukken.

Ik had daarvoor al een bord, lepel, mes en vork op de tafel gelegd, wat wel het gemakkelijkste deel was voor de bereiding van het avondmaal.

Er hing na enkele minuten al een intense etensgeur in de keuken, een teken dat alles werkte. Toen de magnetron afsloeg opende ik het deurtje, de stoom kwam mij tegemoet. Nu moest ik het bakje naar de kamer dragen, de deur staat vrijwel altijd open. Ik wilde het bakje met de toppen van mijn vingers aanvatten en het zo snel mogelijk op de tafel plaatsen. Ik had geen idee hoe heet dat bakje geworden was. Ik had immers nog  nooit iets van André gehad en nog nimmer rode kool. Het bakje was gloeiend heet. Van schrik liet ik het vallen en het kwam omgekeerd op het keukenvloerkleed terecht. Wat er verder gebeurde kan ik nog niet begrijpen,  maar met een donderend geweld kwam de hele magnetron met alles  wat daarop en naast stond naar beneden en knalde op de stenen tegelvloer van de keuken, waarbij de witte theepot, die in scherven en splinters veranderde Een kopje met bloemenmotief onderging hetzelfde lot.  Al die troep op de vloer. Wat moest ik het eerst doen. Ik had enige ervaring, een paar weken geleden was een geopend melkkarton op het keukenkleed terecht gekomen en ik had kans gezien het weer redelijk schoon te krijgen.

Ik pakte eerst een stuk papier van de keukenrol om de ergste sporen van de maaltijd te verwijderen. Van de drie vakken van het pakje was het hacheevakje helemaal gescheurd en de bruine smurrie lag in een grote plas op het keukenvloerkleed. Het was de saus met hier en daar een verdikking. Ik pakte de drie stukjes, een paar centimeter groot er uit en stak ze in de mond, wel onhygiënisch maar het bleek vlees te zijn en bij latere controle in de kamer al het vlees van de hachee, de rest was saus. Daarna liet ik een emmer voor een kwart vol water lopen en begon het vloerkleed te rossen. Toen het ergste vuil verdwenen was kreeg ik het gevoel dat ik het eerst moest opschrijven en voorlopig alles op de vloer laten liggen.

De magnetron was het ergste. Nadat ik mijzelf opgehesen had, probeerde ik vat te krijgen op de magnetron. Dat was een zwaar kreng, terwijl ik nauwelijks recht overeind kan staan. Het was maar goed dat ik alleen was, anders had ik nooit toestemming gekregen in die toestand de magnetron weer op het keukenblad te sjorren. Zo te zien had die machine de slag overleefd, het glas was nog heel, ik zag geen deuken en het apparaat functioneerde nog.

Ik liet de hele rommel in de keuken liggen. Ik zou eerst kijken wat er van de maaltijd nog over was, dat was de puree en de rode kool, het vlees was weg en een beetje saus bedekte de bodem. Ik bracht het over op mijn bord, het had niets te betekenen, de rode kool probeerde ik even, het was bij lange na niet de rode kool die Annie maakte herinnerde ik mij nog flauw.

Ik was dus gauw met het eten klaar. De rode kool durfde ik morgen zelfs mijn kauwtjes niet voor te zetten. Die zouden, verontwaardigd, het bakje de staart toekeren. Hoewel  ik nooit eten weggooi gaat dat restje morgen de vuilnisbak in. Dat kan ik allemaal met Serap regelen . Die kan dan ook met de stofzuiger de kleinste splinters van de theepot wegwerken, hoewel mijn dochters dat ding wel zullen missen.  De weinige theeliefhebbers onder mijn bezoekers zal ik in 't vervolg bedienen met de mooie, de 'zondagse' theepot zoals wij vroeger zeiden.. Morgen brengt Serap de vuilniszak weg en ze moet dan maar zien of ze nog wat aan het kleed moet doen.

Ik ga nog even terug om te zien wat de magnetron in zijn val meegenomen heeft. Dat was behalve de gebroken theepot, een goedkope die ik zelf nog eens bij De Marktkramer heb gekocht en waar ik dus een vervanging voor heb, een theemuts en een theemandje, door Annie voorzien van gevulde textiel om het vocht warm te houden, een plastic bak met de laatste Marsreepjes  overgebleven van Sint Maarten, een metalen rand te gebruiken   bij het bakken van appeltaart, een rol zwarte  plastic vuilniszakken, een Philips spaarlamp in verpakking.

Ik heb weer een verhaal waarop Louis Paul Boon jaloers geweest zou zijn, voldoende om drie dagen in de krant een 'Boontje te plaatsen. Hij was aan een aantal woorden gebonden en beschikte over een rijke fantasie. De waarheid is soms nog komischer al dacht ik niet direct aan een verhaal toen mij dit overkwam. Eigenaardig dat ik het door dat zware kreng nog niet in mijn rug heb gekregen. Ik ben toch maar een geluksvogel.

Om zes uur had ik nog geen plan voor de avond. Het kan snel veranderen.